Vraag om uitleg over de inzetbaarheid van basisverpleegkundigen op de werkvloer en de opname van het beroepsprofiel in het IFIC-loonmodel.
Verslag vergadering Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid, Gezin, Armoedebestrijding en Gelijke Kansen
dinsdag 31 maart 2026.
Van Katrien Schryvers aan minister Caroline Gennez
Verslag
Mevrouw Schryvers heeft het woord.
Katrien Schryvers (cd&v)
Minister, in september 2025 startte het derde en laatste jaar van de eerste lichting
studenten in de opleiding basisverpleegkunde. In juni 2026 studeren deze studenten af.
Vanaf dat moment zullen er twee verpleegkundige profielen naast elkaar bestaan: enerzijds
de basisverpleegkundige met een driejarige graduaatsopleiding en anderzijds de
verpleegkundige verantwoordelijk voor algemene zorg met een vierjarige bacheloropleiding.
Daarover hadden we het daarnet ook al.
De basisverpleegkundigen zullen een belangrijke rol spelen in de Vlaamse zorgsectoren, niet
het minst in de residentiële ouderenzorg. Voor werkgevers is het dan ook essentieel om
duidelijkheid te hebben over de concrete inzetbaarheid van deze nieuwe beroepsgroep op
de werkvloer. De federale regelgeving hierover is echter nog in opmaak, waardoor vandaag nog onvoldoende duidelijk is hoe basisverpleegkundigen precies binnen zorgteams zullen kunnen functioneren.
Daarnaast bestaat er ook onduidelijkheid over de verloning van deze nieuwe beroepsgroep binnen het IFIC-loonmodel (Instituut voor Functieclassificatie). Momenteel voorziet het IFIC-
systeem enkel in functiebeschrijvingen en bijhorende barema’s voor zorgkundigen en verpleegkundigen, maar niet voor basisverpleegkundigen.
Dat roept vragen op bij zowel werkgevers als toekomstige afgestudeerden en vraagt om dringende duidelijkheid.
Dit zijn mijn vragen, minister.
Op welke manier bent u betrokken bij overleg met de federale overheid met betrekking tot
de inzet van basisverpleegkundigen op de werkvloer, en hoe verdedigt u de belangen van de
Vlaamse zorgsectoren in dezen?
Op welke termijn verwacht u volledige duidelijkheid over hun concrete rol binnen de
zorgteams?
Werd er reeds overleg gepleegd met de sociale partners en IFIC over de inschaling van
basisverpleegkundigen?
Zal er een apart IFIC-barema worden uitgewerkt voor basisverpleegkundigen, of zullen zij worden ondergebracht in een bestaande categorie?
Tegen wanneer mogen werkgevers en afgestudeerden duidelijkheid verwachten over de verloning en inschaling?
De voorzitter
Minister Gennez heeft het woord.
Minister Caroline Gennez
Dank u wel, collega Schryvers. Zowel de Vlaamse administratie Zorg als de administratie
Onderwijs is aanwezig op de interkabinettenwerkgroep (IKW) zorgberoepen, waar onder
andere het gestructureerd zorgteam besproken wordt. Onze vragen en opmerkingen leggen we daar neer. De werkzaamheden zijn bezig. De planning en timing wordt door het federale kabinet gestuurd.
Uiteraard zijn we bezig met de inschaling in IFIC, maar voor de IFIC-barema’s ligt het initiatief in de eerste plaats bij de sociale partners. De weging van een sectorale referentiefunctie –
dat weet u – kan worden uitgevoerd na de goedkeuring door de stuurgroep van het paritair comité (PC), in dit geval PC 330, voor de inhoud van de beschrijving van de functie.
De technische voorbereiding van de weging van de functie wordt uitgevoerd door IFIC vzw, en daarna voorgesteld en criterium per criterium besproken binnen de technische werkgroep. Als de technische werkgroep de weging heeft afgerond, wordt ze voorgesteld aan de stuurgroep.
Na goedkeuring door de stuurgroep moet de weging van de sectorale referentiefunctie nog formeel worden goedgekeurd door het PC en moet ze geformaliseerd worden in de vorm van een cao.
De gesprekken die momenteel lopen tussen het kabinet-Vandenbroucke en de sociale
partners om een tijdelijk barema toe te kennen, die wachten we af. Dan komt het IFIC- barema.
Mevrouw Schryvers heeft het woord.
Dank u wel, minister. Ik begrijp natuurlijk dat dat voorwerp uitmaakt van dergelijke
gesprekken, maar we kunnen er toch niet omheen dat de basisverpleegkundigen ook een heel belangrijke groep zullen worden binnen de Vlaamse zorgsectoren, zeker in de residentiële ouderenzorg. Het is dus van belang om dat vanuit Vlaanderen van heel kortbij op te volgen.
Ik mag trouwens ook hopen dat er toch een versnelling komt, want daar blijft de onzekerheid voor die studenten die binnenkort aan de slag kunnen gaan – ze studeren af op 30 juni – bestaan.
Ook de woonzorgcentra zelf weten niet op welke manier zij die mensen moeten aanwerven, moeten inschalen, hoe die deel zullen kunnen uitmaken van hun zorgteam.
Hoewel u natuurlijk gelijk hebt dat het eigenlijk gaat over overleg tussen uw federale collega en de sociale partners, zou ik dus toch willen vragen om aan te dringen op
duidelijkheid, want dit heeft echt consequenties voor de Vlaamse zorgsectoren.
Mevrouw Wouters heeft het woord.
Suzy Wouters (Vlaams Belang)
Collega’s, bij het lezen van deze vraag dacht ik dat de meerderheid eindelijk wakker werd.
Maar het is wel veel te laat. Ik word daar ook een beetje boos van.
De hervorming van hbo5 verpleegkundige naar graduaat basisverpleegkundige moest hier in het Vlaams Parlement overhaast goedgekeurd worden in de laatste plenaire vergadering voor het reces, op 13 juli 2023, zodat men in september 2023 in de scholen kon starten.
Onze fractie heeft dit decreet toen niet goedgekeurd, omdat het curriculum voor die opleiding niet eens was uitgewerkt op het moment van de instroom in september, met alle gevolgen van dien.
Studenten werden misleid. Ze hadden zich ingeschreven voor een hbo5- opleiding, en in september kregen ze te horen dat ze als basisverpleegkundige zouden afstuderen.
Dat gebeurde zonder veel uitleg, want die kon men zelfs niet geven omdat er niets uitgewerkt was.
Scholen en het werkveld hadden de kans of de tijd niet om de overgang op een
kwaliteitsvolle en adequate manier door te voeren. En wat dachten de bevoegde ministers?
“Geen haast, we hebben drie jaar de tijd voor de eerste basisverpleegkundigen gaan afstuderen.”
Dat gevoel, dat kregen wij toch, want er kwam geen duidelijkheid voor de studenten, de stageplekken en het werkveld.
Vorig jaar, in mei 2025, waren er nog steeds even veel vraagtekens en bezorgdheden bij de studenten als bij de start. Ik heb toen een interpellatie gehouden in de commissie Onderwijs.
Daarna heb ik een motie ingediend waarbij we de Vlaamse Regering vroegen om heldere communicatie, duidelijkheid, correcte looninschaling enzovoort.
Dat zijn eigenlijk allemaal vragen die u nu stelt, mevrouw Schryvers. Die kwamen aan bod, maar uiteraard werd onze
motie weggestemd.
Nu, nog een jaar later – ondertussen zijn we bijna drie jaar na de goedkeuring van het decreet en de hervorming – zijn er nog steeds onduidelijkheden rond het profiel basisverpleegkundige. Ze werden hier bijna allemaal opgesomd door de collega.
Dan denk ik:
er zijn zoveel signalen gekomen, zoveel mails van studenten, van het werkveld. Jullie hebben echt aan struisvogelpolitiek gedaan. “De kop in het zand, en we zien wel.”
Het is onbegrijpelijk, en echt nefast voor de zorg.
Studenten studeren bijna af, en het is schandalig dat ze op het werkveld nog niet weten wat de precieze taken van de verpleegkundige verantwoordelijk voor algemene zorg (VVAZ) zullen zijn, hoe ze dat in de praktijk gaan uitvoeren, hoe de inschakeling van de basisverpleegkundige zal gebeuren.
Dat blijkt toch nog veel moeilijker te liggen dan verwacht.
Minister, we rekenen erop dat u de ernst van deze situatie inziet, maar vooral ook de
dringendheid ervan, en dat u samen met uw federale collega en het werkveld zorgt voor duidelijkheid, dat u eindelijk antwoordt op de vele vragen die alle betrokken partijen nog steeds hebben, en dat u dat doet met een hart voor de zorg en onze toekomstige zorgverleners, want zij verdienen veel beter dat dit.
De heer Vaneeckhout heeft het woord.
Jeremie Vaneeckhout (Groen)
Ik wil toch heel kort tussenkomen. Dank aan collega Schryvers om dit te agenderen. De meningen waren verdeeld, en er waren altijd gemengde gevoelens rond die hervorming, die ons voor een stuk ook werd opgelegd vanuit Europa, waardoor keuzes zijn gemaakt in het verleden.
Los daarvan: de keuze is gemaakt, de opleiding loopt. Ik denk dat ieder van ons het
superbelangrijk vindt dat beide types opleiding in de verpleegkunde volop gewaardeerd worden, en dus ook dat ze hun erkenning krijgen op de werkvloer, qua verloning, qua statuut, maar ook qua invulling en flexibiliteit, en in het geven van autonomie om hun job te kunnen doen. Ik denk dat het terrein dat vraagt, omdat er geen luxe is in mensen.
Maar, minister, ik wil wel aansluiten op de vraag om dat toch wel heel snel te verduidelijken.
Het is niet het eerste dossier waarbij we allemaal ongeduldig worden. Maar het is ook niet het eerste dossier waarbij de deadline nadert, en dat is niet alleen uw verantwoordelijkheid.
Er zijn inderdaad heel veel actoren betrokken, maar daar zullen de mensen in kwestie weinig boodschap aan hebben.
Als zij in juni afstuderen, dan moeten zij weten in welk statuut en in welke looncategorie en zo verder.
Hopelijk wordt dat in de komende maand afgewerkt.
Minister Gennez heeft het woord.
Minister Caroline Gennez
Collega’s, ik ben het helemaal eens dat we duidelijkheid moeten kunnen verschaffen aan de basisverpleegkundigen over hoe ze precies binnen de zorgteams zullen kunnen functioneren, net zoals het belangrijk is dat zij duidelijkheid krijgen over de verloning binnen het IFIC-loonmodel.
U weet dat ik daar al geruime tijd op aandring. We zullen dat blijven doen, omdat de basisverpleegkundigen die afstuderen, het recht hebben om te weten waaraan en waaraf, en ook hoe ze op een kwaliteitsvolle manier ingepast zullen worden, niet alleen in de zorgteams, maar ook in al onze zorg- en welzijnsvoorzieningen, in het
bijzonder de Vlaamse.
Mevrouw Schryvers heeft het woord.
Katrien Schryvers
Dank u wel, minister. Ik wil hier ook echt aandringen dat er zo snel mogelijk duidelijkheid
moet komen: niet pas in juni, maar zo snel mogelijk. Dat is van belang voor de studenten, die moeten weten op welke manier ze tewerkgesteld zullen worden, maar ook voor die voorzieningen zelf, die moeten weten op welke manier ze die mensen kunnen inpassen binnen hun zorgteams.
We hebben iedereen nodig. Dat komt hier zo vaak aan bod. Dat isook in dezen zo.
Die onduidelijkheid is absoluut niet bevorderlijk, dus ga met uw collega-minister Vandenbroucke praten. Ik zou zeggen: er staan heel wat items op het lijstje dat u samen met hem moet bespreken.
Misschien is het goed indien u er op korte termijn een afspraak mee maakt.
De voorzitter
De vraag om uitleg is afgehandeld.

