De basisverpleegkundige (niveau 5): rol, bevoegdheden en aandachtspunten. Een stand van zaken.
De invoering van de basisverpleegkundige (niveau 5) markeert een belangrijke wijziging binnen het
verpleegkundig landschap.
Dit nieuwe profiel vloeit voort uit de opleiding die startte in september 2023 en is
niet gelijk te stellen aan de vroegere HBO5-verpleegkundige. Voor de bestaande HBO5-verpleegkundigen
gelden overgangsmaatregelen: zij behouden hun huidige bevoegdheden, taken en autonomie.
De basisverpleegkundige daarentegen heeft een eigen bevoegdhedenkader, een afzonderlijke handelingenlijst en een specifieke positionering binnen het zorgteam. Werken binnen een verpleegplan en samenwerking met de VVAZ.
De regelgeving is duidelijk: de basisverpleegkundige werkt altijd binnen een verpleegplan dat wordt opgesteld
en opgevolgd door een verpleegkundige verantwoordelijk voor algemene zorg (VVAZ).
Zelfstandig diagnostisch
handelen of het inschatten van complexiteit behoort niet tot het bevoegdheidsdomein van de basisverpleegkundige.
In complexe situaties gebeurt de zorgverlening steeds in teamverband en in overleg met de VVAZ, die de krijtlijnen vastlegt en duidelijke richtlijnen geeft.
De basisverpleegkundige voert deze zorg uit binnen de grenzen van zijn of haar wettelijke bevoegdheden.
Autonomie versus zelfstandigheid: een essentieel onderscheid.
Een belangrijk, maar vaak verkeerd begrepen onderscheid is dat tussen autonomie en zelfstandigheid.
Autonomie betekent zelfstandig werken zonder toezicht, maar dit kan voor de basisverpleegkundige enkel in
niet-complexe situaties én pas nadat de VVAZ deze situatie als niet-complex heeft ingeschat.
In complexe situaties is er geen autonomie, maar wél zelfstandigheid binnen het zorgteam en het afgesproken kader.
Met andere woorden: wie autonoom is, werkt altijd zelfstandig, maar wie zelfstandig werkt, is niet noodzakelijk autonoom.
Dit onderscheid is cruciaal om rolverwarring en juridische risico’s te vermijden.
Handelingenlijst en afbakening van het takenpakket.
De basisverpleegkundige beschikt over een eigen handelingenlijst, opgenomen in Bijlage II van de regelgeving.
Deze lijst verschilt van die van de VVAZ.
Sommige handelingen zijn beperkt, gewijzigd of niet langer toegestaan.
De regelgeving benadrukt hiermee een beperkte autonomie, maar wel een sterke uitvoerende rol.
Basisverpleegkundigen mogen zorgen uitvoeren in gestabiliseerde en niet-complexe situaties en kunnen diverse technische handelingen stellen, zoals wondzorg, bloedafnames, sondages en perfusies, mits aan duidelijke voorwaarden is voldaan.
Ze mogen ook bepaalde toestellen bedienen, zoals EKG, EEG en bladderscan.
Tegelijk zijn er duidelijke grenzen: basisverpleegkundigen mogen niet assisteren bij medische of chirurgische
ingrepen, geen handelingen stellen die een beoordeling van complexiteit of risico vereisen en geen
hoogrisicovolle technische handelingen uitvoeren, zoals het werken met poortkatheters, niet-invasieve
beademing of medische beeldvorming.
Complexiteit en “gestabiliseerde toestand”: het grootste knelpunt.
De begrippen “complex”, “niet-complex” en “gestabiliseerd” spelen een centrale rol, maar zijn niet wettelijk eenduidig gedefinieerd.
De inschatting ligt steeds bij de VVAZ.
De Federale Raad voor Verpleegkunde werkt
aan richtlijnen, maar tot die beschikbaar zijn, moeten zorgorganisaties zelf duidelijke afspraken maken.
Regelmatig overleg, goede opvolging en duidelijke escalatieprocedures zijn essentieel.
Tegelijk moet de basisverpleegkundige de grenzen van de eigen bekwaamheid expliciet durven aangeven.
BFHBOV beschouwt deze complexiteitsinschatting als een cruciale hefboom voor een veilige en werkbare implementatie.
Nachtwerk, woonzorgcentra en teamorganisatie.
De regelgeving laat toe dat een basisverpleegkundige alleen nachtshiften doet, op voorwaarde dat de organisatie
vooraf bepaalt hoe complexe situaties worden opgevangen en hoe de VVAZ bereikbaar is.
Ook in woonzorgcentra kan de verplichte nachtelijke verpleegkundige aanwezigheid ingevuld worden door een basisverpleegkundige, met een VVAZ of arts die telefonisch of digitaal beschikbaar is, zolang de
zorgcomplexiteit dit toelaat.
In gemengde teams van “oude” HBO5-verpleegkundigen en basisverpleegkundigen
kunnen taken gelijkaardig lijken, maar de bevoegdheden blijven verschillend: de “oude” HBO5 blijft volledig autonoom in compexe situaties, terwijl de basisverpleegkundige autonoom werkt enkel in niet-complexe situaties. Dit vraagt duidelijke taakafspraken en transparante communicatie.
Opleiding, loopbaan en juridische context.
De basisverpleegkundige behoudt de mogelijkheid om via een brugopleiding door te stromen naar de bachelor
verpleegkunde.
Werken in Wallonië levert geen bijkomende bevoegdheden op.
De regelgeving rond
hoofdverpleegkundigen en teamcoaches blijft ongewijzigd: een HBO5 verpleegkundige uit het oude systeem kan deze functies blijven uitoefenen volgens de bestaande normen.
Analyse en standpunt van BFHBOV.
BFHBOV stelt vast dat de basisverpleegkundige een onmisbare schakel in de zorg is, maar vandaag werkt
binnen een complex en juridisch voorzichtig kader, met grote verantwoordelijkheden en een beperkte formele
autonomie. Dit leidt in de praktijk tot interpretatieverschillen, onzekerheid op de werkvloer en een toenemende
druk op VVAZ om beslissingen voortdurend te formaliseren.
De strikte afbakening van taken kan bovendien
zorgen voor fragmentering van zorg, meer overdrachten en verminderde efficiëntie, net in een context van aanhoudende personeelstekorten.
Daarbovenop wijst BFHBOV op de onvoldoende structurele betrokkenheid van onderwijs, studenten en werkveld bij de uitwerking van deze hervorming.
De regelgeving houdt te weinig rekening met de reële
competenties van afgestudeerden en met de noden van de zorgpraktijk.
Conclusie.
De basisverpleegkundige is geen kopie van de oude HBO5, maar een nieuw profiel met beperktere autonomie.
De complexiteitsinschatting door de VVAZ wordt bepalend voor de werking op de werkvloer.
BFHBOV pleit daarom nadrukkelijk voor duidelijkere definities, minder interpretatieruimte, een betere afstemming tussen
opleiding, wetgeving en praktijk, en een structurele betrokkenheid van het werkveld bij verdere hervormingen.
Hervormingen in de verpleegkunde slagen alleen als ze vertrekken van de realiteit van wie zorg verleent én van wie zorg leert verlenen.
BFHBOV blijft zich engageren om haar leden hierin te informeren, ondersteunen en
vertegenwoordigen.

