De term “complexe zorg” duikt steeds vaker op in beleidsnota’s, functiebeschrijvingen en strategische presentaties. Maar wat op het eerste zicht neutraal klinkt, is in realiteit een krachtige vorm van framing.
Een framing die twee dingen tegelijk doet:
Nieuwe functies legitimerenDoor zorg steevast als “complexer” te omschrijven, ontstaat er een narratief dat alleen kan worden opgevangen door nieuwe rollen:
de gespecialiseerde verpleegkundige,
de verpleegkundig specialist,
en de vermastering van het beroep.Deze functies zijn waardevol en broodnodig maar hun introductie wordt te vaak onderbouwd met argumenten die niet kloppen. De échte complexiteit ligt immers minder in klinische handelingen, en veel meer in toegang, coördinatie, werkdruk en een systeem dat al jaren kraakt.
VVAZ- en basisverpleegkundigen degraderenDe keerzijde van deze framing is dat alles wat niet “complex” genoemd wordt, automatisch als minderwaardig wordt gezien.
Het resultaat?
VVAZ-verpleegkundigen worden gereduceerd tot uitvoerders.
Basisverpleegkundigen verliezen erkenning voor hun klinische expertise.
Er ontstaat een artificiële hiërarchie die niet aansluit bij de realiteit op de werkvloer.De bedoeling was nooit om verpleegkundigen tegen elkaar uit te spelen. Maar dat is wél wat deze framing veroorzaakt.
Waar moeten we dan wél naartoe?
We hebben alle profielen nodig:
sterk opgeleide basisverpleegkundigen,
solide VVAZ-professionals,
gespecialiseerde verpleegkundigen,
en verpleegkundig specialisten die zorgcontinuïteit versterken.Niet om elkaar te vervangen, maar om elkaar aan te vullen.
Toekomstbestendige zorg ontstaat niet door titels te gebruiken als excuus, maar door elk niveau van verpleegkundige expertise te versterken.
De kern van het debatDe zorg wordt niet complexer door patiënten.
De zorg wordt complexer door het systeem.
En daar moeten we eerlijk over durven zijn, willen we een toekomst creëren waarin elke verpleegkundige, ongeacht titel erkend wordt voor hun echte waarde.

